Text Size
   

Bloodline "Movie"


Tombe of Jezus







Henri Boudet & Brits Israël

 

 

Henri Boudet, the Abbe' of Rennes-les-Bains (which neighbors Rennes-le-Chateau) who wrote The True Celtic Language and the Cromlech at Rennes-les-bains,[2] may have been the "brains" behind Sauniere. Lincoln thinks his book may offer the key to the mystery [3]. Boudet appears to argue in the book the silly thesis that the Celts spoke Anglo-Saxon, and that it - English, in effect - was the language which was spoken by Noah's sons before the Tower of Babel. But David Wood and Henry Lincoln conclude that the book may be averring something else - that perhaps there was a universal language before the Deluge: Number (or Measure). And that the "key" to the "Cromlech" of Rennes-les-Bains might be the old English mile [4]. Lincoln believes that metrology may play an important part in the Rennes-le-Chateau mystery. In any case, other authors have noted that Boudet died under strange circumstances, and that his book may have been sought out and destroyed by the Bishop de Beausejour. Boudet, a linguistic scholar, would have been a logical choice for Sauniere to approach with his curious Latin parchments.

Read more...
Stam Juda PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Wednesday, 30 September 2009 11:16


 

Juda, de vierde zoon van Jakob en Lea, over wie in Genesis 29 vv. verteld wordt. Hij is de stamvader van de stam Juda (waaraan de naam jood is ontleend), die van de twaalf stammen de belangrijkste rol in de geschiedenis van Israël heeft gespeeld, vooral omdat David en de koningen van zijn huis eruit voortkwamen en Jeruzalem met de latere Tempel tot zijn gebied ging behoren. Na de dood van Salomo viel het rijk uiteen, waarbij slechts de 2 stammen Benjamin en Juda voor Rechabeam, de zoon van Salomo kozen en het koninkrijk Juda vormden; de andere 10 stammen kozen voor Jerobeam en gingen verder onder de oude naam als het koninkrijk Israël (kom ik later op terug). Van de naam Juda is de voornaam Judas afgeleid, hij kwam uit deze stam zoals de Messias. 

 

Grondgebied in Israël 

 

Het grondgebied dat door loting aan de families van de stam Juda werd toegewezen, lag in het uiterste zuiden. Het strekte zich uit tot in de woestijn van Sin, waar de grens met Edom liep.De zuidgrens begon bij het zuidelijkste punt van de Zoutzee, liep vervolgens zuidelijk langs de Schorpioenenpas, ging verder naar Sin en liep daarna ten zuiden van Kades-Barnea omhoog. Vervolgens liep de grens naar Chesron en ging hij verder omhoog naar Addar. Hij boog af naar Karka ging naar Asmon en bereikte de wadi die de grens met Egypte vormde. Van daar liep hij rechtstreeks naar de zee. (Deze grens moet voor heel Israël de zuidgrens zijn.) De oostgrens werd gevormd door de Zoutzee tot aan de monding van de Jordaan. De noordgrens begon bij de noordkant van de Zoutzee, bij de monding van de Jordaan.Hij liep naar Bet-Chogla, passeerde Bet-Araba aan de noordkant en ging omhoog in de richting van de rots van Bohan. (Bohan was een nakomeling van Ruben.)Vervolgens liep hij vanuit het Achordal omhoog naar Debir en boog in noordelijke richting af naar Gilgal, dat tegenover de Adummimpas ligt, ten zuiden van de wadi. Hij ging naar de Semesbron en van daar rechtstreeks naar de Rogelbron.Vervolgens liep de grens via het Ben-Hinnomdal om het zuiden van de heuvelrug waarop Jebus lag (het huidige Jeruzalem). Daarna ging hij omhoog naar de top van de berg die westelijk van het Hinnomdal en noordelijk van de vallei van Refaïm ligt. Van daar liep hij in een lichte bocht naar de bron van Me-Neftoach, daarna naar Ijjim (15:9) Ijjim - Volgens de Septuaginta. MT: 'de steden'. in het berggebied van Efron, en vervolgens in een lichte bocht naar Baäla (het huidige Kirjat-Jearim). Bij Baäla boog de grens af naar het westen, naar de bergen van Seïr. Vervolgens passeerde hij de noordkant van de beboste heuvelrug waarop Kesalon ligt, daalde naar Bet-Semes en liep door naar Timna. Hij passeerde de noordkant van de heuvelrug van Ekron, maakte een lichte bocht naar Sikkaron en liep via de berg van Baäla naar Jabneël en van daar rechtstreeks naar de zee. De westgrens werd op natuurlijke wijze gevormd door de Grote Zee. Dit waren de grenzen van het grondgebied van de families van de stam Juda. Jozua wees, zoals de HEER hem had opgedragen, een deel van Juda's grondgebied toe aan Kaleb, de zoon van Jefunne: hij kreeg Hebron, dat toen nog Kirjat-Arba heette, naar Arba, de vader van Enak. Kaleb verdreef er de drie zonen van Enak: Sesai, Achiman en Talmai;  vervolgens trok hij op tegen Debir, dat toen nog Kirjat-Sefer heette. Kaleb beloofde: 'Wie Kirjat-Sefer verovert zal ik mijn dochter Achsa tot vrouw geven.' Otniël, een zoon van Kalebs broer Kenaz, veroverde de stad en kreeg Achsa tot vrouw. Bij haar aankomst spoorde Achsa hem aan om aan haar vader een stuk vruchtbaar land te vragen. Toen ze van haar ezel was afgestegen, vroeg Kaleb haar wat ze verlangde. 'Geef me toch een geschenk waar ik wat aan heb,' antwoordde ze. 'U hebt me dit dorre stuk land gegeven, geef me dan ook bronnen.' Hierop gaf Kaleb haar zowel de hoog- als de laaggelegen bronnen. Dit was het grondgebied van de families van de stam Juda. 

 

 

 

Symbool: Leeuw, staat als heerser van het koninkrijk.

Bekenste persoon uit de stam Prins Jezus Christus

Diaspora van deze stam:  Frankrijk & Jeruzalem 

Koninkrijken uit deze stam:     Koninkrijk van David


Last Updated ( Wednesday, 07 October 2009 21:59 )
 

3D Views