Text Size
   

Bloodline "Movie"


Tombe of Jezus







Henri Boudet & Brits Israël

 

 

Henri Boudet, the Abbe' of Rennes-les-Bains (which neighbors Rennes-le-Chateau) who wrote The True Celtic Language and the Cromlech at Rennes-les-bains,[2] may have been the "brains" behind Sauniere. Lincoln thinks his book may offer the key to the mystery [3]. Boudet appears to argue in the book the silly thesis that the Celts spoke Anglo-Saxon, and that it - English, in effect - was the language which was spoken by Noah's sons before the Tower of Babel. But David Wood and Henry Lincoln conclude that the book may be averring something else - that perhaps there was a universal language before the Deluge: Number (or Measure). And that the "key" to the "Cromlech" of Rennes-les-Bains might be the old English mile [4]. Lincoln believes that metrology may play an important part in the Rennes-le-Chateau mystery. In any case, other authors have noted that Boudet died under strange circumstances, and that his book may have been sought out and destroyed by the Bishop de Beausejour. Boudet, a linguistic scholar, would have been a logical choice for Sauniere to approach with his curious Latin parchments.

Read more...
Koningin Sheba & Ark des Verbonds PDF Print E-mail
Written by Administrator   
Thursday, 01 October 2009 12:13

KONINGIN SEBA

 

De Koningin van Sheba (afkomstig uit de stam van Cham, zoon van Noach), naar wie verwezen wordt in de Bijbelboeken I Koningen en II Kronieken, de Koran en de geschiedenis van Ethiopië, was heerseres over het koninkrijk Sheba, dat door moderne archeologen geplaatst wordt in Ethiopië of Jemen of beide.

 

 

 

 

In de bijbel wordt haar naam niet genoemd, maar in Ethiopië heet ze Makeda en in de Koran Bilqis. De Kebra Nagast noemt haar Makeda van Ethiopië, maar in de bijbel of enig ander authentiek of historisch erkend document heeft zij geen eigen naam. Desondanks, en in tegenspraak met talloze literaire beweringen dat het land Sheba (ook Seba of Sàba) moeilijk te lokaliseren is, wordt het in de Assyrische inscripties van koning Tiglathplileser III (ca. 745-727 v.Chr.) en van Sargon Il (ca. 720-705 v.Chr.) wel degelijk omschreven. Deze laatste inscriptie maakt duidelijk dat Sheba het land was van de Sabeeën (de Saba'aa), en associeert een heersende koningin Samsé van Aribû met Hamara, de koning van Sheba. Zijn rijk lag ver ten zuiden van '" Palestina en de Jordaan op het Arabisch schiereiland, waar we nu Jemen" vinden. Grenzend aan de oostkant van de Rode Zee, boven de Golf van Aden. De Semitische weergave van de naam Sàba was Sheba. Het land werd in die tijd KOUSH genoemd, het bevatte Ethiopië en Nubie. Het lag in het zuiden van Egypte, zij werden ook de zwarte farrao's genoemd.

 

       

 

(het land van Koush, vandaag)        (de zwarte farao van Koush)

 

Terug even naar Sheba, taalkundig verwijst het woord sheba naar een 'eed'. Het was geen ongebruikelijke term. Daarom wordt de koningin van Sheba ook wel de 'Koningin van de Eed' genoemd. Salomo's moeder Batseba was de 'Dochter van een Eed'. In zijn verschillende versies duikt de naam een paar keer op in het Oude Testament, bijvoorbeeld als 'Seba, zoon van Kus II , Seba, zoon van Joktan','Seba, zoon van Bikri', en in de plaats-naam Berseba. Het land Sheba stond inderdaad bekend om zijn specerijen en goud, zoals beschreven, maar over de koningin zelf wordt niets vermeld - niet hoe oud ze was, hoe ze eruitzag, of wat dan ook. En toch schuilt er een duidelijke romantiek in het mystieke beeld van die vrouw met haar zwaarbeladen kamelenkaravaan. Schilders en schrijvers hebben in de loop der eeuwen een hele mythologie rond haar geweven. De koningin van Sheba was de ideale kandidate voor die strategisch misleidende maar heel avontuurlijke Kebra Nagast. Er werd in de bijbel zo weinig over haar gezegd dat de raadselachtige koningin rijp was voor allerlei verdichtsels die haar portret aanvulden op een manier die de begrijpelijke behoefte aan intriges bevredigde.

 

 

BEZOEK VAN KONINGIN SEBA

 

De roem van Salomo, die de naam van de HEER tot eer strekte, was tot de koningin van Seba doorgedrongen. Ze ging naar hem toe om hem met raadsels op de proef te stellen.  Ze kwam naar Jeruzalem met een grote karavaan kamelen beladen met reukwerk, een grote hoeveelheid goud, en edelstenen. 

 

 

 

(koningin Sheba op bezoek bij Salomo)

 

Ze bracht Salomo een bezoek en legde hem alle vragen voor die ze had bedacht. En Salomo wist op al haar vragen een antwoord, er was er niet één waarop hij het antwoord schuldig moest blijven. Toen de koningin van Seba merkte hoe wijs Salomo was en ze het paleis zag dat hij gebouwd had, de gerechten die bij hem op tafel kwamen, de wijze waarop zijn hovelingen aanzaten, de kleding en de goede manieren van zijn bedienden, de dranken die werden geschonken en de offers die hij opdroeg in de tempel van de HEER, was ze buiten zichzelf van bewondering. Ze zei tegen de koning: 'Het is dus echt waar wat ik in mijn land over u en uw wijsheid heb horen vertellen. Ik geloofde het niet, maar nu ik hierheen ben gekomen en het met eigen ogen gezien heb, moet ik toegeven dat ik nog niet de helft te horen heb gekregen. Uw wijsheid en welvaart zijn nog veel groter dan wordt gezegd. Wat zijn uw hovelingen, die voortdurend in uw gezelschap verkeren en al uw wijze woorden horen, bevoorrecht!  Geprezen zij de HEER, uw God, die zo veel behagen in u schept dat hij u op de troon van Israël heeft gezet. Zijn liefde voor Israël is zo grenzeloos dat hij u als koning heeft aangesteld om recht en gerechtigheid te handhaven.'De koningin van Seba schonk Salomo honderdtwintig talent goud en een grote hoeveelheid reukwerk en edelstenen. Zoveel reukwerk als de koningin van Seba aan koning Salomo gaf, is later nooit meer aangevoerd. De vloot van Chiram die het goud uit Ofir had meegebracht, voerde van daar ook een grote hoeveelheid sandelhout en edelstenen mee.  Uit het sandelhout liet Salomo balustrades maken voor de tempel van de HEER en het koninklijk paleis, en ook lieren en harpen voor de zangers. Het is tot op de dag van vandaag niet meer voorgekomen dat er zulk sandelhout werd aangevoerd. Koning Salomo gaf de koningin van Seba de gebruikelijke koninklijke geschenken en daarbij nog alles wat ze verder maar vroeg. Daarna keerde ze met haar gevolg naar haar eigen land terug.

 

 

 

(koningin Sheba, uit de stam van Cham)

 

 

MENELIK ZOON VAN SALOMO & SEBA

 

Kebra Nagast ('Glorie der koningen'). 

 

Dit boek suggereert dat koningin Salomo en de koningin van Sheba een geheime zoon hadden, Bayna-Iekhem (Menelik), die ongezien de Ark uit de tempel van Jeruzalem zou hebben weggehaald en door, Arabië, over de Rode Zee, naar Ethiopië zou hebben gebracht. Naar het land van Cham.

 

 

 

(Menelik, zoon van Salomo & Sheba)

 

ARK DES VERBONDS VERHUISD NAAR ETHIOPIE

 

De Ethiopische kerk beweert de Ark al heel lang in haar bezit te hebben. Bij de vertaling van de Ethiopische "Kebra Negest" het befaamde boek der "Heerlijkheid der Koningen" staat een uitvoerig verslag over de Ark. Het voorwerp zou door Baina Lehkem, ( ook wel Ibna Hakim), zoon van koning Salomo en de koningin van Scheba, rond 1000 vC uit Jeruzalem zijn meegesmokkeld. Behalve het bezoek van de koningin van Scheba aan Salomo, verteld de Bijbel echter niets over een gebeurtenis zoals in de Kebra Negest is opgetekend. Het is niet meer precies na te gaan wanneer de Kebra Negest is ontstaan, maar men vermoedt dat de oudste versie moet dateren uit omstreeks 850 vC. Al meteen in het begin van de Kebra Negest wordt de bouw van de Ark beschreven. De beschrijving van de Kebra Negest komt vrijwel geheel overeen met die in de Bijbel. Ook wordt er melding gemaakt van het bezoek van de Ethiopische koningin Makeda ( koningin van Scheba) aan Salomo. Zij had van een koopman gehoord dat de Israëlische koning Salomo een zeer knappe man was die over een prachtig rijk regeerde. De koningin hoorde ook over de God van Israël en over de mysterieuze Ark die God aan het uittrekkende volk had gegeven. Naar aanleiding van deze verhalen besloot zij Salomo te bezoeken. II Kronieken 9:1-12 De koningin van Scheba had de roep omtrent Salomo vernomen. Toen kwam zij te Jeruzalem om Salomo door raadselen op de proef te stellen, met een zeer groot gevolg en met kamelen, die specerijen, goud in overvloed en edelgesteente droegen. Nadat zij bij Salomo gekomen was, sprak zij met hem over alles wat zij op haar hart had….. Koning Salomo gaf aan de koningin van Scheba al wat zij begeerde en vroeg, meer dan zij de koning gebracht had. Daarop keerde zij met haar dienaren terug naar haar land. De Kebra Negest vertelt dat de koningin negen maanden en vijf dagen na haar thuiskomst een zoon ter wereld bracht die zij Baina Lehkem noemde. 

 

 

 

 (vertrek van Menelik, zoon van SALOMO)

 

Als deze jongen 22 jaar oud is reist hij met een groot gevolg naar Jeruzalem om daar zijn beroemde vader te bezoeken. 

 

 

 

(Menelik aankomst in het land van SALOMO)

 

Kebra Negest  En hij, de zoon Baina Lehkem, was knap. Zijn hele bouw, zijn lichaam en de houding van zijn nek geleken op die van koning Salomo. Koning Salomo was bijzonder blij met het bezoek van zoonlief en overlaadde hem met vorstelijke geschenken. 

 

 

 

Menelik (geschenken voor zijn vader SALOMO)

 

Maar de zoon was eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in de Ark omdat hij van zijn moeder had gehoord dat de Almachtige God (EN.KI) van de Israëlieten zich daarin bevond (zijn ziel of geest of kracht). Hij gaf aan zijn vader de wens te kennen de Ark te willen meenemen naar zijn moeder, zodat zij door de Almachtige God zou worden beschermd. Salomo was door dit verzoek behoorlijk van zijn stuk gebracht want uiteindelijk was de Ark een onschatbaar heilig relikwie, wat van Mozes afkomstig was en bij hem in een speciale binnenkamer van de tempel werd bewaard, waar slechts uitverkoren priesters toegang hadden. Na lang aandringen kreeg zoonlief uiteindelijk toch zijn zin onder de voorwaarde dat het vervoer in het diepste geheim moest plaatsvinden en dat dit zonder zijn officiële medeweten diende te gebeuren. Tevens kreeg Baina Lehkem de opdracht voor een perfecte replica te zorgen en deze op de plaats van de originele Ark neer te zetten. Alles diende in het diepste geheim te gebeuren zodat noch de priesters uit de tempel, noch de gewone bevolking ook maar iets van de verwisseling zou merken. En zo gebeurde het volgens de Kebra Negest. De Ark werd 's nachts uit de tempel gehaald en met oude lappen bedekt naar het kamp van de Ethiopiërs buiten Jeruzalem gebracht. Een week later braken de Ethiopiërs op en vertrokken naar huis en niemand in Jeruzalem had tot dat moment gemerkt wat er in de tempelkamer met de Ark was gebeurd. Kebra Negest. Ze namen nu afscheid en trokken heen. 

 

 

 

(vertrek van Menelik  naar Ethiopië met de Arks des Verbonds)

 

Tevoren hadden ze Zion (de Ark) 's nachts op een wagen geladen samen met waardeloze dingen en onreine klederen en allerlei gerei. De oudsten stonden op en bliezen de bazuin en de jeugd hief gejuich aan….. Hoe sterk de Ethiopiërs geloven dat hun Koningshuis afstamt van Salomo wordt duidelijk in artikel 2 van hun grondwet (1955 geschreven) De Koninklijke waardigheid zal voor alle eeuwigheden afstammen van dezelfde geslachtslijn als die zonder onderbreking van de dynastie van "Koning Menelik de Eerste" de zoon van de koningin van Saba ( Scheba) en koning Salomo van Jeruzalem afkomstig is. 

 

 

 

(Menelik en de Ark des Verbonds in Ethiopië)

 

Axum (Aksoem) is een belangwekkende religieuze stad voor de Ethiopische kerk omdat hier volgens de overlevering uiteindelijk de Ark van het Verbond is terechtgekomen. Hoewel niemand hem mag zien is de aanwezigheid voor velen voelbaar, zeker in de omgeving van de kleine kerk ( de Heilige Maria van Zion-kerk) waarin hij zich zou bevinden. Alleen de wachter, aangesteld voor 't leven, heeft toegang tot de kerk. Vreemd is dat op de vraag waar de Ark zou zijn, steevast een ontwijkend dan wel een ander nietszeggend antwoord wordt gegeven! Uiteindelijk zou de Ark terug gestolen worden door enkele Tempeliers in 1189. 

 

NAKOMELINGEN VAN KONINGIN SHEBA

 

In Ethiopië beweert de keizerlijke familie dat zij afstamt van de koningin van Sheba, Makeda genoemd, en Salomo; hun zoon Menelik zou de eerste Ethiopische keizer zijn geweest. Dit is waarschijnlijk een mythologische vertaling van de migratie van mensen uit Arabië naar Ethiopië in de eerste eeuwen na Christus. Het koninkrijk Aksum strekte zich tot de opkomst van de islam in de 7e eeuw uit tot aan het huidige Jemen, en de inheemse Ethiopische taal is nauw verwant aan het Zuid-Arabisch. De Ethiopische bevolking zijn afstammelingen van de zoon van Noach, Cham. 

 

Last Updated ( Saturday, 03 October 2009 14:33 )
 

3D Views